Kennis voor beleid

Wat is de betekenis van kennis in de (ruimtelijke) planning en het beleid? Kennis is een populair woord, denk aan kenniseconomie, maar leidt ook tot veel verwarring. Belangrijk is het onderscheid tussen kennis uit onderzoek en kennis uit ervaring. Onderzoeken leidt tot nieuwe kennis, maar niet alle nieuwe kennis volgt uit onderzoek. Nieuwe kennis doen mensen ook op in hun dagelijkse praktijk. Elke activiteit in een proces van beleidvoorbereiding of -uitvoering (lezen, praten, luisteren, kijken, zelfs bewust zwijgen), leidt tot nieuwe ervaringen en daarmee tot nieuwe ervaringskennis. Dit soort kennis ontstaat bijvoorbeeld ook tijdens een vergadering, waarin een ervaren medewerker door een paar voorbeelden anderen aan het denken zet.

Impliciete en expliciete kennis

Naast het onderscheid tussen kennis uit ervaring en kennis uit onderzoek, wordt ook vaak onderscheid gemaakt tussen impliciete en expliciete kennis.Impliciete kennis is de kennis die mensen in hun hoofd hebben: belichaamde kennis. Expliciete kennis is de kennis die in een kennisdrager (boek, rapport, internetsite, bestand, film, video, geluidsbestand) kan worden vastgelegd.
Expliciete kennis is het resultaat van onderzoek maar ook van andersoortige expliciteringsprocessen, niet zijn gericht op nieuwe kennis maar op het bij elkaar brengen van ervaringen. Expliciete kennis krijgt pas betekenis als mensen iets met de opgeslagen kennis gaan doen: erover praten in een vergadering of workshop, lezen in een boek of erover schrijven achter hun computer. Tijdens deze (taal)handelingen wordt de expliciete kennis impliciet gemaakt.

Kennis uit onderzoek

Kennis uit onderzoek is kennis die voortkomt uit het methodisch zoeken van een expliciet antwoord op een expliciete vraag. Niet elk onderzoek is wetenschappelijk. Wetenschap is de maatschappelijke praktijk waarin het onderzoek tot in alle finesses is gecultiveerd.
Voor wetenschappelijk onderzoek is de vernieuwing en aanscherping van kennis een doel op zich. Onderzoeken in planning onderscheid ik van wetenschappelijk onderzoeken. Niet omdat het in onderzoeken in planning minder om het realiteitsgehalte van uitspraken gaat dan in de wetenschap. Het verschil met wetenschappelijk onderzoeken zit in het doel van het onderzoek. Wetenschappelijk onderzoek heeft kennisgroei als doel op zich, terwijl onderzoek in planning de voor het ontwerp relevante kennis als doel heeft. Het gaat daarbij meestal om kennis die alleen in de betreffende situatie nieuw is. Wat beide vormen van onderzoeken qua doel gemeen hebben is het streven naar houdbare uitspraken: zo zit het echt, daar kun je niet omheen!
Decennia lang is er een proces van relativering van klassieke opvattingen over waarheid gaande. De relativering van het klassieke model voor onderzoek is in de sociale wetenschap  vrijwel de nieuwe standaard geworden.  Onderzoeken wordt in dat kader steeds vaker beschreven als een vorm van co-productie tussen onderzoeker en (sociale) omgeving. Deze ontwikkeling leidt tot verbazing, maar ook tot forse kritiek van natuurwetenschappers. Wat betekent de relativering van het klassieke model voor onderzoeken in planning?  Is ieder feit een interpretatie? Wat is dan de waarde van het verzamelen van goede gegevens? Hangt het verschil tussen geldige en niet-geldige uitspraken echt alleen af van het sociale proces onder onderzoekers?  In het doorsnee onderzoeksrapport wordt over dit soort vragen niet nagedacht.  Ik houd me vast aan het volgende adagium, dat een variant is op de opvatting van Eco (1990) over interpretatie van literatuur: Feiten zijn interpretaties en theorieën zijn constructies, maar niet iedere interpretatie en constructie is mogelijk.

Onderzoek in planning

In Onderzoek in Planning (1998) beschrijf ik in detail de relatie tussen het proces van planvorming en de kennis uit onderzoek dat wordt uitgevoerd  in het kader de voorbereiding van streekplannen.  Ik geef een antwoord op de vraag welke vormen van onderzoek een positieve en substantiële invloed hebben gehad.  Het blijkt dat onderzoek dat veel effect heeft op het proces van planning, op de uitersten van het spectrum van soorten onderzoek te vinden is. Aan de ene kant is dat de simpele beschrijving van geografische gegevens. Dit soort gegevens hebben echt impact. Aan de andere kant is dat het onderzoek dat waar vernieuwende concepten uitkomen. Nieuwe visies op ontwikkelingen, nieuwe (ruimtelijke) concepten, enzovoort. De daartussen liggende categorieën van beschrijvend, analyserend en voorspellend onderzoek hadden minder impact. Wie in het boek Onderzoek in Planning is geïnteresseerd kan het bestellen door een mail te sturen naar w.dehaas@planet.nl.